WOZ-Loket

Wet WOZ

Bent u op zoek naar een uitleg over de begrippen en activiteiten die in de Wet waardering onroerende zaken worden genoemd? Onderstaand vindt u een uitleg over de Wet WOZ op basis van trefwoorden. Hier kunt u de tekst van de Wet waardering onroerende zaken raadplegen.

1. Wet waardering onroerende zaken

De Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) regelt de waardering van onroerende zaken ten behoeve van belastingheffing door het Rijk, gemeenten en waterschappen. De Wet WOZ heeft tot gevolg dat deze partijen samenwerken. De gemeenten verrichten de taxaties en verzamelen de relevante gegevens. Zij verstrekken deze gegevens aan de waterschappen en de Belastingdienst. De drie partijen gebruiken dezelfde taxaties en dezelfde gegevens voor de heffing van de belastingen waarvoor de waarde in het economische verkeer de heffingsgrondslag is.

De belastingplichtigen krijgen van de gemeente een aanslag/beschikking, waarop de waarde van hun onroerende zaak vermeld staat. Dit is een zorgvuldig, onder toezicht van de Waarderingskamer, vastgestelde waarde. De belastingplichtige ziet dezelfde waarde op verschillende aanslagbiljetten of gebruikt deze direct als uitgangspunt bij het invullen van zijn aangiftebiljet voor de Inkomstenbelasting. De Wet WOZ brengt geen veranderingen aan in de belastingplicht, in de hoogte of de wijze van vaststelling van de tarieven of in de wijze van betaling van de belastingen.

2. Belastingheffing op basis van de Wet WOZ

Bij verschillende belastingen speelt de waarde van een onroerende zaak een rol. De Wet WOZ zorgt ervoor dat de belangrijkste belastingen waarbij die waarde een rol speelt, gebruik maken van een uniforme waarde. De vaststelling van de WOZ-waarde is een vooraankondiging van de aanslagen die het waterschap en de Belastingdienst op basis van die waarde opleggen. Welke aanslagen volgen, is afhankelijk van het object (woning of niet-woning) en afhankelijk van de belanghebbende (eigenaar, gebruiker of eigenaar-bewoner). Sinds 1 januari 2005 combineert de gemeente het aanslagbiljet onroerende-zaakbelastingen met de WOZ-beschikking op één biljet.

Het aanslagbiljet onroerende-zaakbelastingen van de gemeente is tegelijkertijd de WOZ-beschikking. Het waterschap ontvangt de gegevens van de gemeente en verstuurt de aanslag zo snel mogelijk. De Belastingdienst gebruikt de WOZ-waarde bij de controle van de aangiften inkomstenbelasting en/of vermogensbelasting. Zij hanteert de aangegeven waarde van de eigen-woning.

3. WOZ-beschikkingen

De gemeente stelt de waarde van een object vast bij beschikking. Deze WOZ-beschikking maakt onderdeel uit van het aanslagbiljet en bevat in ieder geval een aanduiding van de onroerende zaak, de toegekende waarde, de waardepeildatum en het tijdvak waarvoor de waarde geldt.
Hoewel de inhoud van de WOZ-beschikking beknopt is, is de betekenis van een WOZ-beschikking groot. Immers op deze WOZ-beschikking zullen voor het betreffende belastingjaar aanslagen van verschillende belastingen worden gebaseerd, zoals u kunt zien op het aanslagbiljet.

Alleen wanneer grote fouten in de vastgestelde waarde worden ontdekt, moet de gemeente "ambtshalve" de waarde verminderen tot de correcte waarde. Er is sprake van een grote fout wanneer de waarde tenminste 20% (met een minimum van 5.000 euro) te hoog is vastgesteld.

4. Waardepeildatum en tijdvak

Volgens de Wet WOZ worden onroerende zaken sinds 2007 jaarlijks getaxeerd. Dit betekent dat een vastgestelde waarde voor één belastingjaar geldig is. Hierna ontvangt u een nieuwe aanslag/ beschikking.

De gemeente moet over voldoende marktgegevens beschikken om een doelmatige uitvoering van de waardebepaling te kunnen doen. Daarom vinden taxaties plaats op basis van een waardepeildatum. De waardepeildatum is het zogenaamde prijspeil. De Wet WOZ gaat uit van een uniforme waardepeildatum voor het gehele land. De uniforme waardepeildatum is 1 januari 2016. Het WOZ-tijdvak loopt van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017. Gedurende deze periode wordt de waarde naar de uniforme waardepeildatum 1 januari 2016 gehanteerd.

Sinds het kalenderjaar 2008 komt de waardepeildatum niet meer twee jaar voor het kalenderjaar te liggen, maar slechts één jaar. Voor belastingjaar 2017 wordt getaxeerd naar waardepeildatum 1 januari 2016. Voor belastingjaar 2018 wordt dan getaxeerd naar waardepeildatum 1 januari 2017 enzovoort.

5. Belanghebbenden

De Wet WOZ raakte tot 2006 bijna alle eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. Sinds 2006 is de onroerende-zaakbelasting (OZB) voor gebruikers van woningen afgeschaft. Gebruikers van niet-woningen blijven OZB-plichtig. Zij ontvangen begin 2017 een aanslag/beschikking. In ieder geval wordt een aanslag/beschikking gestuurd aan "degene die aan het begin van het tijdvak het genot heeft van de onroerende zaak krachtens eigendom, bezit of beperkt recht". Deze genothebbende wordt bij de uitvoering van de Wet WOZ meestal aangeduid als de eigenaar, maar dat kan bijvoorbeeld ook een erfpachter zijn.

Indien een onroerende zaak (zijnde een niet-woning) in gebruik is bij een ander dan de eigenaar, dan wordt ook een WOZ-beschikking gestuurd aan "degene die aan het begin van het tijdvak de onroerende zaak al dan niet krachtens eigendom, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt". Wanneer meerdere eigenaren of meerdere gebruikers van een onroerende zaak zijn, bepalen de regels aan wie de WOZ-beschikking wordt toegezonden. Een ander die in verband met de belastingheffing belang heeft bij de waarde van een onroerende zaak kan de gemeente verzoeken om een WOZ-beschikking (zie WOZ-beschikking op verzoek).

Met ingang van 2016  stuurt de gemeente ook aan gebruikers van woningen een WOZ-beschikking. Aanleiding hiervoor is de wijziging van het woningwaarderingsstelsel (WWS). Deze wijziging houdt in dat de WOZ-waarde mede van invloed kan zijn op de maximaal redelijke huurprijs van de huurwoningen  in de sociale- en gereguleerde sector. Voor gebruikers van woningen in de vrije sector geldt dit niet. De gebruiker (huurder), die de WOZ-beschikking ontvangt, zal geen aanslag onroerendezaakbelasting voor gebruikers (OZBG) ontvangen. Een gebruiker van een woning is niet belastingplichtig voor OZBG.  Meer informatie over het WWS treft u aan op www.velsen.nl, www.rijksoverheid.nl en op de site van uw verhuurder.

6. Bezwaar en beroep

De waarde van een onroerende zaak wordt bij beschikking vastgesteld. Als u van mening bent dat de waarde op een te hoog of een te laag bedrag is vastgesteld, moet u binnen zes weken na dagtekening van de aanslag/beschikking bij de heffingsambtenaar van de gemeente schriftelijk bezwaar maken.

U kunt ook bezwaar maken als u vindt dat de aanslag/beschikking niet voor u is bestemd of als u vindt dat de onroerende zaak niet goed is aangeduid. Op een bezwaarschrift wordt altijd schriftelijk uitspraak gedaan. Bent u het niet eens met de uitspraak, dan kunt u daartegen beroep instellen bij de rechtbank. Bij het instellen van beroep moeten griffierechten worden betaald.

Indien door een uitspraak op bezwaar of door een uitspraak van de belastingrechter de waarde van een onroerende zaak wordt verlaagd of verhoogd, geldt deze lagere of hogere waarde voor alle belanghebbenden bij de onroerende zaak. Een voorbeeld: de huurder van een bedrijfspand dient een bezwaar in tegen de hoogte van de waarde. Hij krijgt gelijk, de waarde wordt lager vastgesteld. De gemeente vermindert vervolgens de WOZ-beschikking "ambtshalve" ook voor de eigenaar. Bovendien worden het waterschap en de Belastingdienst automatisch geïnformeerd.

7. Onroerende-zaakbelastingen

De gemeenten hanteren de WOZ-waarde voor de heffing van de onroerende-zaakbelastingen (OZB). Er zijn drie soorten onroerende-zaakbelastingen. Eén voor de eigenaar van een woning, één voor de eigenaar van een niet-woning en één voor de gebruiker van een niet-woning. Als bij de niet-woning ook een woongedeelte is getaxeerd, dan hoeft sinds 2006 over dat gedeelte geen gebruikersbelasting betaald te worden. De OZB wordt geheven over de WOZ-waarde van bijna alle onroerende zaken. De gemeente hanteert verschillende tarieven voor woningen en niet-woningen. Voor enkele categorieën onroerende zaken hoeft geen OZB betaald te worden, bijvoorbeeld openbare wegen, bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond en kerken.

8. Waterschapsheffingen

De Waterschappen gebruiken de WOZ-waarde als grondslag voor de watersysteemheffing gebouwd. Deze wordt geheven van de eigenaren van gebouwen. Daarnaast vragen de waterschappen een heffing ongebouwd (van de eigenaar van ongebouwde eigendommen naar oppervlakte) en een ingezetenenheffing (van alle inwoners, naar een vast bedrag per woonruimte). De waterschappen gebruiken de opbrengst voor de uitoefening van hun waterbeheerstaken: beheer van dijken, gemalen, sluizen, etc. Verder leggen de waterschappen een zuiveringsheffing op. Hiermee wordt de zuivering van afvalwater bekostigd. In de meeste gevallen zal de WOZ-waarde voor de heffing gebouwd rechtstreeks door het waterschap overgenomen worden. Alleen als een object gedeeltelijk gebouwd en gedeeltelijk ongebouwd is, wordt slechts de waarde van het gebouwde gedeelte overgenomen. De gemeente levert de waardegegevens aan het waterschap. Nadat het waterschap deze gegevens heeft ontvangen, kan zij de aanslagbiljetten voor de heffing versturen.

9. Rijksbelastingen

De Belastingdienst hanteert de WOZ-waarde voor de controle van de aangifte van de waarde van de eigen woning in de inkomstenbelasting en in de vermogensbelasting. In het kader van het eigenwoningforfait wordt op basis van de waarde van een eigen woning een bedrag bepaald dat men bij het inkomen moet tellen. Het rijk hanteert voor de aangifte over een kalenderjaar, de waarde zoals aan u is opgegeven in dat kalenderjaar.

Voor het "eigenwoningforfait" is alleen de waarde van de eigen woning van belang. Mogelijk heeft de WOZ-waarde betrekking op een onroerende zaak die bestaat uit een woongedeelte en een bedrijfsruimte (bijvoorbeeld bij een woon-winkelpand, een boerderij of een woning met praktijk aan huis). In dat geval is voor de rijksbelastingen alleen de waarde van het woongedeelte van belang, zoals op het aanslagbiljet staat vermeld. De inspecteur kan zonodig corrigeren.

De Belastingdienst hanteert de WOZ-waarde ook voor de controle van de aangifte erfbelasting van de waarde van de eigen woning van de overledenen. In de aangifte erfbelasting van 2016 mag u de WOZ-waarde voor 2016 of 2017 invullen, in de aangifte erfbelasting van 2017 mag u de WOZ-waarde voor 2017 of 2018 invullen, enzovoorts.

10. WOZ-objecten

Voor de taxatie moeten de grenzen van het te taxeren object bekend zijn. De Wet WOZ geeft regels voor de afbakening van het te taxeren object. Dit object kan worden aangeduid als de onroerende zaak in het kader van de Wet WOZ of korter: WOZ-object.

Voor het bepalen van de grenzen van het object moet vooral gekeken worden naar de eigenaar en de gebruiker. Het moet immers mogelijk zijn om voor elk object een belanghebbende eigenaar en een belanghebbende gebruiker aan te wijzen. Verder is het van belang dat een WOZ-object ook een zelfstandig bruikbaar object is. Daarbij wordt bijvoorbeeld gelet op de vraag of het object afsluitbaar is en of alle noodzakelijke voorzieningen aanwezig zijn (een woning moet bijvoorbeeld over eigen sanitair beschikken). Er wordt gestreefd naar zo groot mogelijke WOZ-objecten. Dus wanneer twee objecten met dezelfde eigenaar en dezelfde gebruiker naar omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen (bijvoorbeeld een woning met een tuin en garage), dan vormen ze één WOZ-object.

11. WOZ-beschikking op verzoek

Iedere belanghebbende die een aanslag OZB krijgt, ontvangt hiermee automatisch ook een beschikking. Wanneer u een WOZ-beschikking ontvangt, betekent dit niet automatisch dat u ook belastingplichtig bent. Andersom geldt ook.

Wanneer u geen WOZ-beschikking ontvangt, bent u mogelijk toch belanghebbende.

Een voorbeeld: Een object is in het bezit van meerdere eigenaren. De gemeente richt de WOZ-beschikking aan één van deze eigenaren. Een andere eigenaar moet de bijtelling van het eigenwoningforfait in de inkomstenbelasting aangeven. De belanghebbende die van de gemeente geen WOZ-beschikking ontvangt, kan hierom schriftelijk verzoeken bij de heffingsambtenaar.

Degene die een beschikking heeft ontvangen, heeft de mogelijkheid bezwaar te maken tegen de hoogte van de vastgestelde waarde.

 

Een ander voorbeeld: Gedurende een WOZ-tijdvak (bijvoorbeeld 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017) koopt u een woning. U ontvangt niet automatisch een WOZ-beschikking. U heeft echter de vastgestelde WOZ-waarde nodig voor de aangifte inkomstenbelasting (in dit voorbeeld dus inkomstenbelasting 2017). U kunt dan bij de heffingsambtenaar schriftelijk verzoeken om een beschikking op verzoek. Tegen deze WOZ-beschikking kunt u ook in bezwaar gaan.

 

Nog een voorbeeld: Gedurende een WOZ-tijdvak (bijvoorbeeld 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017) wordt u erfgenaam van een woning door het overlijden van een familielid. U ontvangt niet automatisch een WOZ-beschikking. U heeft echter de vastgestelde WOZ-waarde nodig voor de aangifte erfbelasting. Ook dan kunt u bij de heffingsambtenaar schriftelijk verzoeken om een beschikking op verzoek. Ook tegen deze beschikking kunt u in bezwaar gaan.

12. Waarde in het economische verkeer

Bij de waardebepaling voor belastingen gaan we uit van de "waarde in het economische verkeer". Dit is de prijs die een redelijk handelende verkoper en een redelijk handelende koper na een zorgvuldige voorbereiding zouden overeenkomen bij een veronderstelde verkoop. De Wet WOZ geeft nog meer aan. De waarde van het object moet worden bepaald, niet de waarde van de afzonderlijke rechten op dit object. Dat wil zeggen dat we uitgaan van de situatie waarin alle rechten in één hand zijn, dus niet deels bij de gemeente en deels bij een erfpachter. Ook gaan we ervan uit dat het object per direct en volledig in gebruik kan worden genomen. Door de koop komen alle rechten (dus ook de gebruiksrechten) onmiddellijk ter beschikking van de koper. De Wet WOZ bepaalt deze uitgangspunten ("vrij en onbezwaarde eigendom" en "onmiddellijk en in volle omvang in gebruik te nemen").

13. Gecorrigeerde vervangingswaarde

Niet voor alle soorten onroerende zaken vinden transacties op de markt plaats. Het bepalen van een waarde in het economische verkeer is in dat geval moeilijk of onmogelijk. In de Wet WOZ is bepaald dat voor niet-woningen de waarde wordt vastgesteld op de gecorrigeerde vervangingswaarde als deze hoger is dan de waarde in het economische verkeer.

De gecorrigeerde vervangingswaarde geeft zo goed mogelijk de waarde van een onroerende zaak weer voor de huidige eigenaar/gebruiker. De gecorrigeerde vervangingswaarde komt in de meeste situaties overeen met de waarde in het economische verkeer. De waarde voor de huidige eigenaar/ gebruiker (gecorrigeerde vervangingswaarde) zal namelijk meestal overeenstemmen met de waarde voor een andere gebruiker (de waarde in het economische verkeer). Alleen wanneer voor een object geen of nagenoeg geen andere gegadigden zijn, zal de gecorrigeerde vervangingswaarde hoger zijn dan de waarde in het economische verkeer. Verder wordt sinds 2005 ook de waarde van een object in aanbouw bepaald op de gecorrigeerde vervangingswaarde.

14. Verandering van de waarde

De waarde wordt in het kader van de Wet WOZ sinds 2007 vastgesteld voor een tijdvak van één jaar. Marktontwikkelingen die zich in het betreffende jaar voordoen, worden niet per direct verwerkt in de WOZ-waarde. Dit geldt ook voor veranderingen in de objecten. Mogelijk worden nieuwe objecten gebouwd, vinden verbouwingen plaats of worden objecten gesplitst. De gevolgen hiervan zullen pas invloed hebben op de beschikking die het daaropvolgende jaar genomen wordt.

15. Taxatieverslag

Eén van de doelstellingen van de Wet WOZ is duidelijkheid. Zo moet een gemeente een belanghebbende inzicht kunnen geven in de opbouw van de taxatie. Iedereen die een WOZ-beschikking heeft ontvangen, kan de gemeente verzoeken om een taxatieverslag.

Het taxatieverslag van een onroerende zaak bevat de aanduiding van het object en de kadastrale gegevens. Ook ziet u enkele kenmerken die van groot belang zijn voor de waardebepaling. In ieder geval vermeldt het taxatieverslag de aard van het object (het type woning), het bouwjaar en de grootte van het object. Waar nodig bevat het verslag ook bijzondere kenmerken die van belang zijn voor de waardebepaling. Verder geeft het taxatieverslag inzicht in de aansluiting op de markt. Bij woningen worden daarom de verkoopprijzen (of eventueel de vastgestelde waarden) van enkele vergelijkbare woningen aangegeven.

N.B.: een taxatieverslag is geen taxatierapport zoals u van een makelaar zou ontvangen. Een taxatieverslag beslaat meestal 1 bladzijde (op A4-formaat) met de gebruikte gegevens voor de WOZ-taxatie.

16. Bezoek van de taxateur

DWe beschikken over veel gegevens van onroerende zaken binnen de gemeente. Daarnaast kunnen we u, als belanghebbende, eventueel inlichtingen vragen. Kenmerken zoals de ligging, de aanwezigheid van een dakkapel of het buitenonderhoud kunnen we van buitenaf beoordelen. Het is dus niet nodig dat alle woningen bezoek krijgen van een taxateur. We bezoeken woningen die representatief zijn voor een bepaalde categorie, die rond de waardepeildatum bij een verkoop betrokken zijn geweest of die in een steekproef zijn geselecteerd. In gemeentelijke publicaties maken we kenbaar wanneer taxaties worden uitgevoerd. Het spreekt voor zich dat de taxateur zich legitimeert en aangeeft met welk doel hij/zij u bezoekt. Het is ook mogelijk om een afspraak te maken.

17. Openbaarheid waardegegevens

Gegevens met betrekking tot belastingaangelegenheden zijn doorgaans geheim. Dat betekent dat degene die over de gegevens beschikt ze niet verder bekend mag maken dan voor de belastingheffing noodzakelijk is. Waardegegevens van onroerende zaken zijn beperkt openbaar. U kunt van uw eigen pand altijd een taxatieverslag opvragen. Daarin staan de gegevens die de gemeente bij de taxatie heeft gebruikt.

Een taxatieverslag kunt u enkel krijgen van een pand, waarvoor u een WOZ-beschikking heeft ontvangen. Van andere panden kunt u de waardegegevens bij de gemeente opvragen, bijvoorbeeld om de waarde van uw pand te beoordelen en uw bezwaarschrift te motiveren. U geeft bij de gemeente op van welke panden u de waarde wilt weten. De gemeente beoordeelt of u voor de belastingheffing belang hebt bij het krijgen van de gevraagde waardegegevens. Wanneer de gemeente een "gerechtvaardigd belang" vaststelt, ontvangt u de waardegegevens (enkel van de betreffende panden).

Sinds 1 oktober 2016 is de WOZ-waarde van een woning een openbaar gegeven. U kunt dan de WOZ-waarde van uw woning vergelijken met de WOZ-waarde van een andere woning. Deze waarden zijn op te vragen bij één centraal punt, namelijk het online WOZ-waardeloket.

Nog niet van alle gemeenten zijn de WOZ-waarden van woningen te zien op het WOZ-waardeloket. Deze gemeenten zijn nog bezig met het aansluiten op de Landelijke Voorziening WOZ. Indien een gemeente nog niet is aangesloten, geeft de gemeente een alternatieve voorziening om alsnog de WOZ-waarden te kunnen inzien.

18. Eigen woning en huurwoning

Voor elke woning wordt de waarde in het economische verkeer bepaald. Aan deze taxatie gaat een uitgebreide analyse van de markt vooraf. De gemeente krijgt van het Kadaster de gegevens van alle verkopen in de gemeente. Deze gegevens worden direct door de gemeente geanalyseerd en geregistreerd. Daarmee houdt de gemeente altijd inzicht in de markt van woningen.

Bij de marktanalyse wordt in beginsel alleen gekeken naar de verkopen van eigen woningen. Deze verkopen sluiten aan op het begrip "waarde in het economische verkeer" zoals de Wet WOZ dat bedoelt. Alle woningen, zowel eigen woningen als huurwoningen, worden getaxeerd alsof ze op de waardepeildatum beschikbaar zijn voor verkoop. Voor het bepalen van de waarde van huurwoningen speelt de huurprijs dus geen rol. De huurprijzen van woningen sluiten lang niet altijd aan op de markt voor koopwoningen. Dit komt door de regels voor het vaststellen van een maximaal redelijke huurprijs (puntensysteem) en de regels voor de verhoging van huurprijzen.

19. Bedrijfsruimten en andere objecten

Van courante bedrijfsruimten, zoals winkels en kantoren, bepaalt de gemeente de waarde in het economische verkeer. Veel gebruikers van deze bedrijfsruimten huren de ruimte. Daardoor zijn er zeer weinig verkooptransacties beschikbaar. Beschikbare verkoopprijzen hebben ook vaak betrekking op de verkoop aan een belegger (al dan niet in verhuurde staat). Voor deze courante bedrijfsruimten komt het "economische verkeer" meer tot uitdrukking in verhuurtransacties dan in verkooptransacties. Daarom bepaalt de gemeente de waarde van courante niet-woningen meestal op basis van kapitalisatie van de huurwaarde. Gemeenten zijn voor de Wet WOZ verplicht nieuw overeengekomen huurprijzen te verzamelen. Daarmee kunnen we een goede inschatting maken van de huurwaarde.

Voor de niet-courante objecten baseert de gemeente de WOZ-waarde meestal op de gecorrigeerde vervangingswaarde. Dit geldt zowel voor bedrijfsmatig gebruikte objecten (bijvoorbeeld industriële installaties) als voor publieke objecten (scholen, ziekenhuizen).

20. Werktuigenvrijstelling

Bij de waardebepaling van onroerende zaken blijft de waarde van (de meeste) werktuigen buiten aanmerking. Dit noemen we “werktuigenvrijstelling”. Een werktuig moet wel aan een aantal eisen voldoen om vrijgesteld te kunnen worden. Het werktuig moet een zelfstandig doel hebben. Meestal ligt dat doel in een productieproces. Een werktuig dat alleen dienstbaar is aan een onroerende zaak (bijvoorbeeld liften, roltrappen, verwarmingsinstallaties of ventilatiesystemen) valt niet onder de werktuigenvrijstelling. De waarde van een dergelijke installatie moet in de waarde van het gebouw worden meegenomen. Ook moet het werktuig verwijderd kunnen worden met behoud van zijn waarde als zodanig. Het werktuig moet dus ergens anders met behoud van zijn functie kunnen worden gebruikt. Bovendien mag het werktuig niet op zich een gebouwd eigendom zijn. Dit laatste heeft vooral te maken met de omvang van het werktuig. Centraal staat de vraag of het werktuig is bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven.

21. Verstrekken van inlichtingen

Voor het uitvoeren van de Wet WOZ heeft de gemeente behoefte aan gegevens over de te taxeren objecten, over de eigenaren en gebruikers van objecten en over de markt van onroerend goed. Veel gegevens over de objecten kunnen worden afgeleid uit de verleende bouwvergunningen. De eigenaren kunnen worden afgeleid uit het Kadaster en de gebruikers uit de bevolkingsadministratie, Kamer van Koophandel en eventueel uit de administratie van een nutsbedrijf. De markt wordt voor een belangrijk deel inzichtelijk door de verkooptransacties die het Kadaster doorgeeft aan de gemeente. Toch zal de gemeente soms nadere inlichtingen van een belanghebbende nodig hebben.

De gemeente gebruikt voor het opvragen van informatie inlichtingenformulieren. Belanghebbenden zijn verplicht deze inlichtingenformulieren in te vullen en terug te sturen. Eventueel kunnen we ook bij derden, bijvoorbeeld beheerders, makelaars of aannemers, gegevens opvragen.

22. Waarderingskamer

De Waarderingskamer is een zelfstandig bestuursorgaan dat is ingesteld op grond van de Wet WOZ. De Waarderingskamer heeft een aantal taken. Zij houdt toezicht op de uitvoering van de Wet WOZ, zij adviseert de Minister van Financiën en behandelt geschillen tussen partijen. De Waarderingskamer heeft elf leden, met daaronder de voorzitter en drie adviserende leden. In de Waarderingskamer zijn onder meer de overheden vertegenwoordigd die voor hun belastingheffing gebruik maken van de WOZ-waarde. De gemeenten hebben vier vertegenwoordigers in de Waarderingskamer en de waterschappen en de Belastingdienst ieder twee. De Waarderingskamer heeft naast de voorzitter twee onafhankelijke leden, afkomstig uit wetenschappelijke kring en uit de rechterlijke macht.

23. Toezicht
Naast de gemeente bewaakt ook de Waarderingskamer de kwaliteit van de waardering. De Waarderingskamer houdt toezicht op de kwaliteit van de waardebepaling van alle gemeenten in Nederland. Kwaliteit betekent natuurlijk dat de vastgestelde waarden overeenstemmen met de markt. Maar het betekent meer. De Waarderingskamer onderscheidt zes kwaliteitskenmerken, namelijk:
 
  • complete objectafbakening;
  • aansluiting op marktniveau;
  • correcte onderlinge waardeverhoudingen;
  • onderbouwing van de taxatie;
  • tijdige beschikbaarheid;
  • zorgvuldigheid.


Van deze kenmerken hebben de eerste vier betrekking op de kwaliteit van de vastgestelde waarden en de laatste twee op de kwaliteit van de dienstverlening door de gemeente. De kwaliteit van de waardering en het toezicht van de Waarderingskamer zijn gericht op de belangen van de belastingplichtigen en de medegebruikers van de waardegegevens (waterschappen en Belastingdienst).

24. Verantwoordelijkheid gemeente

Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor de taxaties van onroerende zaken die voor belastingen van verschillende overheden worden gebruikt. Dat is zo bepaald in de Wet WOZ. De gemeentewet heeft de heffingsambtenaar verantwoordelijk en bevoegd gemaakt om de waarde vast te stellen. Bij de heffingsambtenaar kunnen ook de bezwaarschriften worden ingediend tegen de WOZ-beschikking. De heffingsambtenaar verzorgt de waardebepaling volledig onafhankelijk.

25. Informatievoorziening

De Wet WOZ heeft grote gevolgen voor de informatievoorziening bij gemeenten. De "WOZ-administratie" is niet alleen een systematische registratie van alle onroerende zaken in de gemeente. De WOZ-administratie bevat gegevens over eigenaren en gebruikers. Daarvoor zijn gegevens nodig uit de bevolkingsadministratie (ook die van andere gemeenten, want niet alle eigenaren wonen in de gemeente zelf). Omdat bedrijven eveneens WOZ-beschikkingen krijgen, zijn gegevens van de Kamers van Koophandel van belang. De WOZ-administratie bevat veel kadastrale gegevens van de objecten. Ook voor de marktanalyse zijn de kadastrale gegevens essentieel. Veel gegevens voor de Wet WOZ komen uit de kadastrale registratie bij de gemeente of van het Kadaster, of uit de administratie van een nutsbedrijf.

Voor de waardebepaling zijn veel gegevens over de objecten nodig, zoals grootte en bouwjaar. Deze gegevens zijn vaak afgeleid uit de oorspronkelijke bouwtekeningen die bouw- en woningtoezicht van een gemeente heeft. Bouw- en woningtoezicht speelt verder een belangrijke rol bij het signaleren van verbouwingen.

26. Voorlichting

Goede voorlichting aan eigenaren en gebruikers van onroerende zaken is heel belangrijk. De gemeente speelt een essentiële rol bij deze voorlichting. De gemeente is immers verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet WOZ. Daarom voegt de gemeente in ieder geval een bijsluiter bij de aanslag-/beschikking. De bijsluiter geeft informatie over de mogelijkheid tot bezwaar en eventueel beroep.

Het waterschap zal bij het aanslagbiljet voor de omslagheffing informatie geven over de relatie tussen de aanslag-/beschikkingen en de heffingsgrondslag van het waterschap. Natuurlijk geven het aangiftebiljet voor de inkomstenbelasting en de bijbehorende toelichting informatie over het gebruik van de WOZ-waarde.

27. Kosten van de Wet WOZ

In het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken is geregeld dat de bijdrage van het Rijk sinds 1 januari 2009 wordt overgeheveld naar en toegevoegd aan de algemene uitkering in het gemeentefonds. Ook de -via het Rijk lopende- bijdrage van de waterschappen wordt sinds 2009 overgeheveld naar het gemeentefonds. Vanaf 2010 loopt de aanpassing van het totale bedrag dat in het gemeentefonds terecht komt, mee met de normeringssystematiek van het gemeentefonds. Door de overheveling van beide bedragen hebben de gemeenten meer vrijheid bij de besteding van de middelen.
Voor zover de kosten van de waardering hoger zijn dan de bedragen die hiervoor namens het Rijk en de waterschappen beschikbaar zijn in het gemeentefonds, komen deze kosten voor rekening van de gemeenten.
Bij de verdeling naar gemeenten sinds  1 januari 2009 wordt zoveel mogelijk aangesloten bij dezelfde verdeelmaatstaven als voorheen, te weten woonruimten, bedrijfsvestigingen, oppervlakte land en het vaste bedrag.

28. Vakbekwaamheid taxateurs

De taxaties in het kader van de Wet WOZ worden verricht door vakbekwame taxateurs. Dit zijn taxateurs in dienst van gemeenten, taxateurs in dienst van gespecialiseerde taxatiebureaus of particuliere makelaars en taxateurs. Net als de makelaar heeft de WOZ-taxateur een diploma. Uit dit WOZ-diploma blijkt kennis over taxatiemethoden, over te taxeren objecten en over de markt. In verband met het specifieke karakter van de taxaties in het kader van de Wet WOZ moet de taxateur ook bijzondere kennis en ervaring hebben op het terrein van:

  • de heffingswetten en de afbakening van WOZ-objecten;
  • het gebruik van referentiestelsels en het uitvoeren van kwaliteitsbewaking in een massaal waarderingsproject;
  • de procedures voor bezwaar en beroep en de onderbouwing van taxaties.
29. Gemeentefonds

De gemeentelijke belastingcapaciteit speelt een rol bij de verdeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is bepaald in de Financiële-verhoudingswet. De belastingcapaciteit is in dit verband 80% van de totale waarde van de woningen en 70% van de totale waarde van de bedrijven vermenigvuldigd met een berekend gemiddeld landelijk tarief. Zo wordt rekening gehouden met de mogelijkheid die de gemeente zelf heeft om belastinginkomen te verkrijgen. De belastingcapaciteit is één van de verdeelmaatstaven die de hoogte van de algemene uitkering bepalen. De gemeente levert de noodzakelijke gegevens aan het Centraal Bureau voor de Statistiek. Door de uniforme registratie van onroerende zaken is dit eenvoudig geworden. Het CBS berekent de belastingcapaciteit van de gemeente. De uitkering uit het gemeentefonds wordt per gemeente vastgesteld door de ministers van Financiën en van Binnenlandse Zaken.